Zij zullen je helpen om de eindtoetsen voor te bereiden.
TIP: oefen alles op tijd en stond in!
Als je nog vragen hebt, aarzel niet om die te stellen!
Veel succes!
juf Nikie
VOORZETSELS INOEFENEN
DE ONTKENNING (ne...pas / ne...plus / ne...rien / ne...personne/ ne...jamais)
BEVELEN GEVEN
ZINNEN MAKEN
WOORDENSCHAT
- de maanden en de seizoenen
- de dagen van de week
- kledingstukken
- kledingstukken (deel 2)
- het weer
- getallen (deel 1)
- getallen tot 1000
- getallen tot 1000
- hoe laat is het?
- dieren
- dieren (2)
- kleuren
- de familie
- de familie (2)
- meubels
- delen van het lichaam
- voeding
- voeding (2)
- vervoersmiddelen
- speciale werkwoorden
- être
- avoir
- être of avoir?
- aller
- faire
- pouvoir
- pouvoir (2)
- vouloir
- vouloir (vervoegingen door elkaar)
- venir
- werkwoorden op -er (vervolledig je lijstje in je aide-moi 2 en leer de vertaling van elk werkwoord. De vervoeging blijft altijd gelijk!)
- werkwoorden zoals 'partir'
- partir
- dormir
- werkwoorden 'partir' - 'sortir' - 'dormir' (door elkaar)
- werkwoorden zoals 'prendre'
- prendre
- apprendre
- comprendre
- rendre
- vendre
- werkwoorden 'attendre', 'rendre' en 'vendre' (door elkaar)
- werkwoorden zoals 'attendre'
- attendre (vervoegingen door elkaar)
- entendre
- perdre
- répondre
- werkwoorden: attendre - perdre (U34)
- herhalingsoefening: alle werkwoorden door elkaar (deel 1)
- herhalingsoefening: alle werkwoorden door elkaar (deel 2)
- herhalingsoefening: alle werkwoorden door elkaar (deel3)